Door: Jan van Spaandonk
Uit naar Doetinchem
Door JvB
.jpeg)
Uit naar Doetinchem
Op Palmpasen trok een dappere delegatie van veertien Oysters ten strijde naar het verre oosten des lands, naar Doetinchem. Nog een klein stukje en dan val je van de Neerlandse aardkloot, zullen we maar zeggen. Waar menig toerist zich vergaapt aan de rust rondom Kasteel Slangenburg en de bescheiden pracht van de Walmolen, speelde zich deze zondag een ander schouwspel af. Geen historie van stenen en molens, maar een veldslag van modder, spierpijn en lichte tactische verwarring. De reis zelf had al iets weg van een veldtocht. Navigatiesystemen werden genegeerd, koffie met/van citroen werd gemorst en ergens halverwege vroeg iemand zich hardop af of veertien man eigenlijk wel genoeg was. Het antwoord bleek, zoals zo vaak, ja en nee. Wat volgde was een logistiek huzarenstukje van ruim anderhalf uur heen en anderhalf uur terug, voor een warming-up van circa 40 minuten en een wedstrijd van om en nabij 80 minuten. Efficiënter krijg je je zondag nauwelijks ingevuld. Nuttige tijdsbesteding, zullen we maar zeggen. Al was de verhouding reistijd tot speeltijd indrukwekkender dan de meeste scrumverhoudingen.
Zoals in de verhalen van Asterix en Obelix stond niet één dorpje centraal, maar een kleine, hardnekkige groep van veertien strijders. Waar een rugbyteam er toch tenminste vijftien hoort te tellen, deden de Oysters het met minder. Efficiëntie, zullen we maar zeggen. Of noodzaak, afhankelijk van wie je het vraagt. De tegenstander keek bij de warming-up nog eens goed en telde na. Eén, twee, drie… veertien. Er werd nog een keer geteld, voor de zekerheid. De glimlach verscheen, maar verdween snel toen bleek dat deze veertien niet van plan waren zich zomaar over te geven.
.jpeg)
Aan het hoofd stond Peer, onbevreesd dorpshoofd maar ontheven van zijn taak als kapitein voor deze dag, die met vaste blik zijn wekelijks wisselende mannen het veld instuurde. Geen paniek, geen twijfel, hooguit een korte blik die zei: we gaan dit gewoon doen. Naast hem René, wandelende encyclopedie van rugbyregels, die zelfs tijdens de strijd nog tijd vond om Jan en alleman vriendelijk te wijzen op een nuance in de laws. Soms leek het alsof hij meer bezig was met educatie dan met tackelen, maar beide gebeurden met overtuiging. Er zijn mensen in het veld die die dag meer hebben geleerd dan hen lief was.
En dan was daar Bobo, de zingende Spaanse bard, die dit weekend niet alleen voor Oysters 3, maar ook voor 2, de Cubs en Suzan en Freek op de lijst stond. Een logistiek wonder, een man die meer kleedkamers zag in een weekend dan menig trainer in een seizoen. Zijn stem galmde over het veld, soms als aanmoediging, soms als achtergrondmuziek bij een iets minder geslaagde actie (niet altijd duikt hij weg voor een tackle zullen we maar zeggen), en af en toe als waarschuwing dat hij er ook nog was. Dat hij er überhaupt nog stond, was al een prestatie op zich. Mocht er een geheime drank zijn geweest, dan zat die waarschijnlijk in zijn bidon.
Meneer O’ Polo, normaal gesproken een betrouwbare kracht in de eerste rij, had het zichtbaar minder naar zijn zin. De referee deelde die observatie en vond dat een hartig woordje op zijn plaats was. Wat begon als een klein verschil van inzicht over een scrum eindigde in een gesprek dat langer duurde dan de gemiddelde aanval, en waarschijnlijk ook inhoudelijk complexer was. Marco besloot daarop dat hij, anders dan zijn beroemde ontdekkingsreiziger naamgenoot, voorlopig geen tweede expeditie naar Doetinchem hoeft te maken. Gelukkig stond het dorp er niet alleen voor, want Peer nam zijn plaats welwillend in, alsof het de normaalste zaak van de wereld was om naast dorpshoofd ook nog even de eerste rij te versterken. Begrijpelijk, al blijft de vraag of hij daar zelf of de referee het meest opgelucht over was.
.jpeg)
Nate deed wat Nate doet: spelen. Voor 1, 2 en 3. Een weekend vol rugby waarin rust slechts een theoretisch begrip was, hoewel hij het iets eerder dan de rest wel welletjes vond. Als er ergens een veld was en een bal, was de kans groot dat Nate daar al had gestaan, of er net vandaan kwam. Zijn bijdrage was overal zichtbaar, al was het soms lastig te bepalen voor welk team dat precies was. Maar dat deed er niet toe, inzet is inzet.
En dan de man met maat 48 (noodzaak bij een lengte waar de gemiddelde basketballer nog van verstomd om iet om te waaien, quote unquote), begonnen op de wing, geëindigd op 10, waar hij met een verrassende goosestep menig tegenstander het bos instuurde. Wat begon als een experiment eindigde in een soort openbaring. Tegenstanders verwachtten snelheid langs de lijn, maar kregen een spelverdeler die hen op het verkeerde been zette. Letterlijk. Het publiek wist niet goed wat het zag en niet alleen de toeschouwers.
De wedstrijd zelf golfde op en neer. Momenten van pure strijdlust werden afgewisseld met fases waarin de vermoeidheid zichtbaar toesloeg. Met veertien man is er nu eenmaal minder ruimte voor fouten, en nog minder voor rust. Toch bleef het team vechten, tackelen en opstaan. Soms ging het goed, soms iets minder, maar opgeven was geen optie. De tegenstander merkte dat en moest er harder voor werken dan vooraf gedacht.
Maar zoals elk goed verhaal kent ook dit epos zijn keerzijde. Waar Asterix en zijn vrienden doorgaans als overwinnaars eindigen, vonden de Oysters 3 hun Waterloo in het oosten van het land. Geen schande, wel een les. Soms is de tegenstander sterker, soms is de bezetting dun, en soms zit alles een beetje tegen. En soms komen al die factoren gewoon samen op één veld, op één zondag.
.jpeg)
Toch bleef de moraal overeind. Veertien mannen (hoewel dat tegen het eindsignaal rekenkundig iets anders lag: algehele ongesteldheid, pedicure nodig, etc.), één team, en een wedstrijd die nog lang zal worden naverteld. Misschien niet als overwinning, maar zeker als verhaal. En misschien is dat uiteindelijk wel belangrijker. Want tussen de modder, de tackles en de discussies door ontstond iets wat je niet in punten uitdrukt: teamgeest en vooral heel veel lol.
De terugreis was rustiger. Iets minder woorden, iets meer stilte, hier en daar een analyse die langzaam overging in een anekdote. En ergens klonk nog een lied, zachtjes ingezet door de bard die blijkbaar nog energie over had. Doetinchem werd kleiner in de achteruitkijkspiegel, maar het verhaal groeide alleen maar.
.jpeg)
Op naar de volgende over 2 weken: met Pasen even rust, tijd om de lichamen te verzorgen en mensen te enthousiasmeren voor de komende wedstrijden.
ALLE FOTO'S VAN Klaartje van der Burgt





























































 003.jpg)























