Hoofdstuk 1 - Rugby?
Wah…?
Rugby is een sport,
een passie, een virus waarmee je besmet raakt. Ze zeggen wel eens dat het
een kruising is van voetbal en american football, maar daar heb je ook niks
aan, want rugby is gewoon RUGBY en NIET met een andere sport te vergelijken.
Sommige sporthistorici
zeggen dat het in de middeleeuwen een sport was om een biggetje van het ene
dorpsplein naar het andere te sjouwen, om wie er als eerste zou zijn. Ze
deden dat d.m.v. elkaar ontwijken, sprinten of zich een doorgang te ploegen
door een mensenmassa om uiteindelijk hun doel te bereiken.
Dit soort primitieve
wedstrijden werden verfijnd over de jaren en werden in de loop van de tijd
sporten als rugby, voetbal enz. Voor de leek lijkt het wel of rugby nog
steeds niet ver van het ontstaan van de primitieve sport staat.
Er is tevens een
legende dat de schooljongen William Webb Ellis op een dag (in 1823) tijdens
een voetbalwedstrijd in de plaats Rugby in Engeland de bal op pakte en er
onder z’n arm mee verder ging en vervolgens de bal achter de goallijn legde.
Hij kreeg van z’n sportleraar op z’n donder, maar riep uit “Oh.. it’s a
try”.
De laatste versie is
de meeste gehoorde en tevens de meest aannemelijke.
Waar het ook vandaan
komt, feit is, dat vandaag de dag rugby een combinatie van strategie,
kracht, snelheid, en instinct is. Het is voor de leek in ieder geval een
georganiseerde, luister- en kleurrijke puinhoop.
De bedoeling is, om
dragend, overspelend (pass) en schoppend (kick) tegen de bal, meer punten te
scoren dan de tegenstander. Zo simpel is het . . . .
En weet je….. alle
opmerkingen en kreten in dit stukje zullen eens begrijpelijke taal voor je
zijn !!
Hoofdstuk 2 - The
Pitch, Je Kit, en andere benodigdheden.
We spelen rugby op een
PITCH. Het lijkt een veld, het is ook een veld, maar in rugbyland noemen we
het “The Pitch”.
Het veld is een zachte
ondergrond, bij voorkeur gras en het is vlak, maar we grijpen in principe
elk oppervlak aan om rugby op te kunnen spelen.
Op dit moment is het
heel belangrijk om in je geheugen op te slaan, dat de lijnen op het veld
behoren tot dat deel van het veld dat daar voorbij ligt (bijvoorbeeld; de
zijlijn, is ‘uit’).

afb. 1.
Je rugbyKIT is wat je
draagt op de pitch. Je KIT bestaat uit een stevig rugbyshirt, een rugbyshort
(korte broek) en bijpassende rugbysokken en rugbyschoenen (die dus niet
‘voetbalschoenen’ heten !), da’s alles. In de winter investeer je nog eens
goed in een joggingbroek van de Hema. Wedstrijdkleding ziet er doorgaans
best goed uit, maar het is typerend dat rugbyspelers (anders dan sommige
andere balsporters) het mooie aan de kleding niet zo belangrijk vinden en je
vooral bij trainingskits nogal wat opgelapte of versleten kledingsstukken en
met tape opgelapte schoenen ziet. Soms worden naast schoenen en
kledingstukken ook wel lichaamsdelen opgelapt met sporttape. Een bitje, of
mondbeschermer (mouthguard) kan ook worden aanbevolen, zodat je er op
familiefoto’s steeds goed uit blijft zien en dat je het resultaat van veelal
duur betaalde orthodontische behandelingen niet plots op het veld ziet
liggen. Een tip voor beginners: laat sieraden thuis. Echt, letterlijk
duizenden (oor)ringen zijn verloren gegaan in de binnenvoering van jaszakken
van toeschouwers en voorbijgangers (“hou jij ze even bij je…”).
afb. 2
Wat je ook nodig hebt
is een bal – een RUGBYBAL natuurlijk.
De bal lijkt op een
combinatie van
een
voetbal en een struisvogelei.
Gooi ook nog een
scheidrechter op het veld, 15 van die van jou,
tegen 15 van die van
hun en je bent klaar voor het spektakel;
de rugbywedstrijd.
... Oh ja,.. je moet
ook nog wat regels leren !!.
Hoofdstuk 3 - Hoe te
beginnen… en wat rare feiten.
Voor aanvang van een
wedstrijd zie je de teams vaak op lijn op de 50m-lijn voor
schoenen-inspectie (niet of ze mooi gepoetst zijn, maar of ze conform de
regels zijn, dus geen kapotte noppen of met bramen er aan). Vervolgens
worden er nog begroetingen naar elkaar geroepen, maar de wedstrijd zelf
begint met de kick-off. Deze wordt genomen op het midden van het veld.
De wedstrijd wordt
verdeeld in twee helften, die niet meer dan 40 minuten duren en soms korter.
De klok wordt soms stopgezet, zodat tijd die gebruikt is om blessures op te
lappen, bij die speelhelft wordt opgeteld.
IEDEREEN mag de bal
spelen. Je mag de bal dragen, er mee rennen, passen (overgooien), kicken
(wegschoppen) en je mag zelfs de tegenstander die de bal draagt
tackelen. Dit mag allemaal, op voorwaarde dat je ONSIDE bent (niet
buitenspel).
Beginners, hier is de
oplossing : zolang je ACHTER DE BAL bent, ben je ONSIDE. Als je VOOR de bal
bent, ben je OFFSIDE. Zo simpel is het. Je zult niet offside zijn als je op
50m afstand van de bal, achter in het veld je schoen zit te strikken, maar
als je op een of andere manier het spel beïnvloedt door VOOR de bal
(OFFSIDE) te zijn dat is SLECHT SLECHT SLECHT - Penalty City, kids - DON'T
DO IT.
Het begrip
‘buitenspel’ legt veel uit over dit spel, met de schijnbaar verdraaide
wereld.
Bijvoorbeeld: we mogen
GEEN bal passen naarn een speler VOOR ons, die dus OFFSIDE is.
Voorwaarts schoppen
(kicken) is toegestaan (en soms wenselijk), maar tenzij je ACHTER de
kicker stond ten tijde van de kick, de kicker of iemand achter haar/hem
passeert je, of tenzij JIJ de kicker bent, mag je niet naar de bal toe gaan
om ‘m in bezit te nemen.
Feitelijk ook indien
je buitenspel en binnen 10 meter van een tegenstander bent, die de bal een
schop voorbij jou geeft. JE MOET JE TERUGTREKKEN achter die 10 meter. Je mag
pas verder jagen achter de bal als de speler 5 meter heeft gelopen met de
bal, de bal gepasst of gekickt heeft, of heeft laten vallen. Klinkt
verwarrend, maar in het spel ziet het er best logisch uit.
In rugby mag je ook
een speler zonder bal niet blokkeren of tegenhouden (BLOCK). Het hinderen
van tegenstanders zonder bal, of het gewoon in de weg gaan staan van die
speler, heet OBSTRUCTION ofwel obstructie, wat vals spelen is. Je mag nooit
vals spelen (tenzij je het heel goed kunt).
Nu dat dit alles je
hersenen heeft verduisterd, gaan we verder met de dingen die je WEL MAG doen
tijdens het rugbyspel, hoe de bal toch voorwaarts kan gaan (terwijl je
alleen maar achterwaartse mag passen) en hoe JIJ in het spel past.
Hoofdstuk 4 – Ook voor
JOU hebben we een positie !
De VOORWAARTSEN:
Dat is pas een trots stel spelers . . .
de werkbijen, het meedogenloze pack. Het is hun verantwoordelijkheid te
roven, achtervolgen en krachtsinspanning te leveren om bezit van de bal
(terug) te nemen en met de bal voorwaarts te gaan of hem af te staan aan de
driekwarten (BACKS) om er vervolgens iets mee te doen.
Van hen wordt ook nog verwacht dat ze
volharden in het leveren van steun aan de degene die de bal draagt. Hun werk
houdt in een wedstrijd nooit op. Zij worden ook wel PACK of SCRUM genoemd.
Een SCRUM is ook de formele naam van een
samenraapsel van voorwaartsenspelers die samen ‘binden’ in specifieke
posities, zodra er door de scheidsrechter een scrum wordt aangegeven.
De scrum is een basis formatie bij rugby,
die zich voordoet na een lichte overtreding van de regels, bijvoorbeeld
wanneer de bal voorwaarts gaat of vast komt te zitten in een situatie en ook
tijdens andere situaties, waar we later op terug komen.
De scrum is een apart soort verschijning
en een favoriet van de voorwaartsen.
De vorm, binding en timing zijn vaak
belangrijker dan brute kracht (hoewel soms brute kracht nooit weg is). Een
van bovenaf gezien diagram (afb. 5) zal de zaak misschien wat meer
verduidelijken:
afb
3.
afb 4.

afb 5.

Rugnummers:
1: Loose Head Prop
(sterk en onbevreesd)
2: Hooker (klein,
snel, leider)
3: Tight Head Prop
(zie #1)
De nrs. 1,
2 en 3 vormen samen de “front row” of “eerste rij”.
4,5: Second Rows
(Locks) – tweede rijers (groot en sterk)
6,7: Flankers - (snel,
agressief)
8: Nummer Acht (slim,
goed voet- en handvaardig)
De No.8 vormt samen met de nrs 6 en 7 “de derde rij”.
9: Scrumhalf (slim,
ervaren, snel, beslissingsvaardig) – technisch gezien eigenlijk geen
voorwaartse, maar de link tussen de voorwaartsen en de driekwarten. Hij/zij
is dus eigenlijk iets aparts.
De scrumhalf gooit de
bal recht is, in de ruimte tussen de twee front-rows (de tunnel). (afb. 3-4)
Door de combinatie van
een voorwaarts te duwen (DRIVING PUSH) en een snelle, inhalende beweging van
de voet (hooking) door de hooker, probeert elk team de bal te veroveren. De
bal gaat dan door het ‘kanaal’ tussen de twee 2de-rijers door naar de nummer
8 en deze voert de bal weer door naar scrumhalf (die ondertussen naar de
achterkant van de scrum is gegaan). De No 8 kan ook de scrum verlaten en
zelf de bal oppakken.
Het spreekt voor zich
dat het team dat de bal mag inbrengen in de scrum iets meer voordeel heeft
door o.a. de timing, waardoor dat team iets eerder bij de bal kan zijn. Door
de ‘voorwaartse drive’ win je niet alleen de bal, maar bepaal je ook hoe het
spel verder gaat bij de aanval die volgt nadat de bal uit de scrum is.
Spontanere versies van
dit soort formatie zijn de RUCKS en MAULS die altijd in het spel en overal
op het veld kunnen ontstaan. Een RUCK is wanneer tenminste één speler van
elk team gebonden is met elkaar, boven de bal, terwijl de bal (evt. met
speler) OP DE GROND ligt.
afb. 6
afb. 7.
Een MAUL is, wanneer
tenminste één speler van elk team gebonden is met elkaar EN met een speler
die de bal draagt EN OP ZIJN VOETEN STAAT.
Een belangrijk aspect
dat je in je hoofd zou moeten pompen, is dat je ALTIJD een lage
lichaamspositie moet hebben en een “drive FORWARD” wanneer je aan deze
eigenaardig klinkende activiteiten deelneemt.
Een belangrijk
‘weetje’, is dat wanneer er spelers van elk team gebonden zijn met elkaar,
boven de bal, terwijl de bal OP DE GROND ligt (bijv. een scrum of ruck), mag
je de bal NIET MET JE HANDEN aanraken. Je mag de bal pas weer aanraken als
hij uit de situatie komt en het is meestal de scrumhalf die dat doet.
Rucks en mauls geven
eigenlijk iedereen de gelegenheid om zich te verzamelen en om de troepen
klaar te maken voor de volgende aanval. Op het moment dat een ruck of maul
is gevormd, MOETEN spelers niet deelnemen (= gebonden zijn met tenminste een
hele arm) ACHTER DE ACHTERSTE VOET BLIJVEN VAN DE LAATSTE PERSOON (zie afb.
5). Dit geeft spelers die niet betrokken zijn bij die ruck of maul de tijd
en ruimte waarin ze zich kunnen opstellen en vooruit kijken naar gaten in de
verdediging van de tegenstander.
Een echt geweldig team
zal dit zo vlug kunnen doen dat ze hun tegenstanders het nakijken geven.
De DRIEKWARTEN
(Backs):
Dit zijn de snelheidsduivels, de gouden
handjes, "the glamour guys and gals of rugby". Hoewel ook van hun inzet
verwacht wordt bij ruck en maul indien nodig, ze ook tackelen en dat ze
alles doen wat nodig voor het behouden van balbezit, zij het in mindere mate
dan de voorwaartsen.
Nadat de voorwaartsen de bal hebben
gewonnen is het aan de backs om er mee te rennen, te passen, kicken en als
het kan try na try scoren. Een typische opstelling van de ‘lijn-spelers’
ziet er zo uit:
afb.
8.
Rugnummers:
9: Scrumhalf (die
ken je nu)
10: Flyhalf (snelle
handjes, ‘cool’ in het hoofd, goede ‘kicker’)
12: Inside Center
(snelheidsmaker en goede tackelaar)
13: Outside Center
(zelfde maar dan nog iets sneller)
11: Wing (Super snel,
een echter runner)
14: Wing (idem)
15: Fullback (goede
‘kicker’, ‘leest’ het spel)
De backline zet zijn
krachten in op de ruimste (meest open liggende) zijde van het veld (OPEN
SIDE). De kant waar de minste ruimte is om te spelen wordt dan doorgaans de
BLIND SIDE genoemd. De wings blijven aan dezelfde zijde (links of
rechts/open of blind) van het veld en kunnen dus zowel openside- as
blindside wing spelen.
Als de bal in het
midden van het veld gespeeld wordt, kunnen de ‘backs’ zich splitsen.
Eenmaal in bezit van
de bal, hebben de backs een heel batterij aan opties. Ze zouden de bal snel
door de driekwartlijn kunnen passen, zodat de bal snel bij de wing is, die
dan doorgaans minder obstakels tegenkomt en veelal snel is. De bal kan ook
volgens diverse methoden gekickt en achtervolgd (chase) worden.
Een van de meest
favoriete manieren om de backline te ‘verlengen’ is door middel van LOOPING.
Dit is wanneer een
‘inside back’ (veelal na het passen van de bal) achter de driekwartlijn door
rent en er ergens tussenin weer opduikt om de bal weer te ontvangen. De ¾-en
kunnen ook een speler overslaan (SKIP of MISS-OUT) om de bal sneller te
transporteren of zelfs een speler invoegen, bijvoorbeeld de full-back die
ineens door de ¾-lijn schiet en de bal opeist.
De backs kunnen de
tegenstander ook misleiden, door plotseling van looprichting te veranderen,
bijvoorbeeld door terug te passen van degene waarvan je de bal kreeg
(REVERSE passing) of
SWITCHING, waarbij de
bal ook ineens de andere kant op gaat. Een switch (of een SCISSOR -
schaarbeweging) gebeurt wanneer je in plaats van de bal te passen naar de
speler naast je deze speler plots naar binnen, achter je door, snijdt, de
bal ontvangt en in een schuine looplijn verder gaat. Het verschil tussen een
switch en een scissor zit ‘m in de looplijnen, zo zal een trainer nog wel
eens uitleggen.
Je kunt ook een
DUMMY-pass geven, waarbij de verdediging denkt dat je passt naar je
teammaatje, maar in feite de bal zelf houdt.
Als je als speler over
het veld rent (richting de try-lijn van de tegenstander, dan is het zaak om
in een rechte lijn te lopen. Zo hou je ruimte voor de spelers aan de
buitenkant van het veld en het is de kortste weg naar die try-lijn.
Belangrijkste van
alles is dat een team moet samenwerken, zowel aanvallend als verdedigend.
Verdedigend kun je,
zonder je te hoeven verontschuldigen, hard aanvallen op de tegenstander.
Het basisprincipe van
de verdediging is hard op de tegenstander ingaan in een VLAKKE
verdedigingslijn (zie afb. 8 - defence), een echte muur van intimidatie en
spelers die er op gebrand zijn de bal te veroveren of heroveren. Hoe sneller
de verdedigingslinie oploopt, zoveel te minder tijd hebben ze om na te
denken. De verdedigers moeten opkomen lopen als één blok anders zal de
aanvallende partij profiteren van de gaten in de verdediging..
Hoofdstuk 5 – Skills .
. . Kennen en er van Houden
Backs en forwards
moeten voor hun positie specifieke bekwaamheden ontwikkelen.
Deze vaardigheden
vormen de basis voor elke spelsituatie, simpel of complex en die
vaardigheden mag je nooit nooit nooit verwaarlozen !!.
We zullen beginnen met
de PASS. Je weet al dat je nooit voorwaarts mag passen. Lateraal passen is
OK, maar op ‘t randje. Je passt dan evenwijdig met de try-lijnen en kan door
de scheidsrechter gezien worden als voorwaarts. Wat blijf er dan over ?
Ineens goed geraden, de pass achterwaarts (pass BACKWARDS). Dit verklaart
ineens waarom de driekwartlijn aanvallend zo vreemd schuin staat (zie afb. 8
- offence). De techniek kan variëren, maar het is belangrijk dat een pass
VANGBAAR is, niet te hoog, niet te laag, niet te sloom, niet snoeihard enz.
De bal wordt
‘onderhands’ gepasst, gebruik makend van BEIDE handen en hij moet recht en
zonder rare draaiingen aankomen in de handen van de balontvanger. Heuphoogte
is het beste.
Je moet de bal iets
vóór de speler passen, zodat deze ‘in de bal kan lopen’, waardoor er weer
extra meters gemaakt kunnen worden, ondanks dat de balontvanger vertrekt van
een plaats achter je..
De afstand tussen
balpasser en balontvanger kan variëren, afhankelijk van de vaardigheid van
de spelers, het spelpatroon en het weer. De ontvanger dient in een voldoende
‘diepe’ positie te lopen, om op ‘top speed’ in te kunnen lopen. De passer
moet het lichaam iets in de richting van de ontvanger draaien. NIET passen,
voordat je het wit van de ogen ziet, oftewel, houdt oogcontact.
Het passen van een bal
wordt nog uitermate veel geoefend, dus maak je geen zorgen als het er in het
begin wat vreemd uitziet of als het niet zo best lukt.
KICKING hoort ook al
bij het rugbyspel. Bij beginners duurt het over het algemeen even om dit
aspect in hun spel te gebruiken, dus voel je geen mislukkeling als het een
tijd duurt eer je het kicken doorkrijgt. Het kicken opent anders wel een
aantal opties voor je, vandaar hier ook enkele voorbeelden van ‘fancy foot
work’.
De CHIP KICK is een
populaire kick. Dit is een korte, bijna ‘recht de lucht in’ kick, die iets
voor je neer komt en die je eventueel zelf weer kunt opvangen (ook wel ‘up
and under’ genoemd als hij recht ophoog en hoog gaat). Als er een
Hulk-achtig gevaarte van een tegenstander op je afkomt, zou dit een optie
kunnen zijn. Als er dan niemand in de buurt is om de bal naar te passen, kun
je de bal over die tegenstander kicken en de bal volgen. De tegenstander zal
om moeten draaien om zowel jou als de bal te volgen. Je weet… zolang je geen
bal hebt, mag de tegenstander je niets doen.
De GRUBBER-kick is als
de chip-kick, om voorbij de tegenstander te komen, alleen gaat de bal dan
over de grond. Je stampt hem als het ware met je voet over de grond en… niet
vergeten te volgen. Vanwege de vorm van de bal zal deze soms rare
‘bokkensprongen’ maken, maar door de juiste manier van kicken, zal ook een
grubber precies zijn doel bereiken.
Elke kick moet
STRATEGISCH gebeuren en GEEN paniek-kicks. Het is belangrijk om de bal naar
een plaats te kicken, waar je team weer balbezit kan krijgen. Verre kicks
kan ook, zeker als je de bal kickt op een plaats in het veld waar je
teammaatjes eerder bij de bal zijn dan de tegenstander of op een plaats waar
je teammaatjes de tegenstander het leven zuur kunnen maken (bijv. in een
drie tegen één situatie).
Nog
een heel andere kick is de

‘PUNT INTO TOUCH’,
voor meters
terreinwinst. Later
wordt wel uitgelegd wat er gebeurt als de
bal buiten het speelveld terecht komt
(uit gaat), maar voorlopig is het
goed om te onthouden, dat
als je bal uit kickt vanuit een
plaats achter je EIGEN 22 METER lijn,
en de bal gaat direct uit over
de zijlijn
(of touch-line
genoemd), zonder
de grond te raken is
de terreinwinst de plaats waar de bal
de ZIJLIJN IS GEPASSEERD.
Dus een verre ‘kick
for touch’ kan wel eens behoorlijk wat
terreinwinst opleveren als je de
hete adem van de tegenstander
in je nek voelt, zeker
vlakbij afb. 9.
je eigen
try-lijn.
Hetzelfde geldt
wanneer je een PENALTY-KICK krijgt toegekend (leggen we nog uit), waar dan
ook op het veld.
Anders is het, wanneer
het geen penalty-kick is, maar een ‘kick into touch’ en je schopt deze
gelijk ‘uit’, zonder dat de bal de grond raakt, vanaf een plaats BUITEN JE
EIGEN 22 METER GEBIED. Dan wordt de bal terug in het spel gebracht op de
zijlijn, ter hoogte van de plaats WAAR DE BAL WERD GEKICKT.
Je hebt dan dus GEEN
terreinwinst gemaakt.
Je mag met de bal
dribbelen (knap als je dat kunt) of een fikse trap geven op elk moment dat
de bal los op de grond ligt. Let wel, het WEGSCHOPPEN is 9 van de 10 keer
BALVERLIES.
Het is altijd beter de
bal veilig te stellen voor je eigen team.
Dan hebben we ook nog
de TACKLE. Als je tackelt, heeft de getackelde speler geen andere keuze dan
de bal los te laten (EEN SPELER DIE OP DE GROND LIGT – DUS NIET OP Z’N
VOETEN STAAT- MAG ZICH NIET MET DE BAL BEMOEIEN). De bal is dan vrij
beschikbaar voor beide teams.
Het spel komt dan niet
stil te liggen, de getackelde speler wel.
Een goed- en op het juiste moment
uitgevoerde tackle is erg belangrijk. Bij een tackle is het contact laag op
het lichaam (onder de heupen) (HIT LOW), je knijpt met je armen de benen van
de tegenstander naar elkaar toe, geeft nog een zetje mee met je schouder en
je draait de tegenstander iets naar binnen, zodat je er bovenop landt. Klink
eenvoudig, maar dit zal nog zoveel maal geoefend worden dat het automatisch
goed gaat. De technische omschrijving van een tackle is: ‘wanneer een speler
wordt tegengehouden door een tegenstander en minimaal één van de knieën
raakt de grond’ (iemand die valt of struikelt, zonder eerder contact is dus
NIET getackeld). BEGINNERS, LET OP : als je getackeld wordt, MOET je de bal
LOSLATEN of op de grond PLAATSEN en zelf WEGROLLEN (en je niet meer met de
bal bemoeien). Doe je dat niet….. PENALTY aan de tegenstander! Als je meteen
weer op je voeten komt te staan mag je de bal dus meteen weer meenemen of
afspelen. De kunst van het tackelen is een van de meer met tegenzin omhelsde
vaardigheden in rugby, maar wanneer het goed wordt uitgevoerd, krijg je er
een, zeg maar .. erg tevreden gevoel over!
Hoofdstuk 6 – Je Moet
Scoren als JE Wilt Winnen !
OK,
hoe gaan we een berg punten vergaren?
Nou, het eerste dat in
ons hart opkomt is het scoren
van een TRY.
Dit
lijkt een beetje op het scoren van een touchdown (in american football), maar met een
belangrijk verschil.
Een try wordt gescoord
door de bal over de GOALLINE (Try-lijn) van de
tegenstander te brengen en de bal
tevens OP DE GROND te DRUKKEN.
Er moet dus een
neerwaartse druk gegeven worden
op
de bal. De neerwaartse druk kan gegeven worden met de hand, arm of met het
bovenlichaam (vallen op de bal in het trygebied).
Dus lichaam
(hand)/bal/grond moeten tegelijk in contact zijn. En… oh wee de beginner die
in alle opwinding van het gaan scoren van de try deze sleutelfactoren
vergeet…..!!
afb.
10
De TRY is VIJF punten
waard.
Als je de bal over de
goallijn kunt krijgen, is het tevens
zaak om te
proberen de bal zo
dicht mogelijk bij het midden van het
veld
(als het kan bij de
goalpalen) op de grond te
drukken. De reden hiervoor is,
dat wanneer je een try gescoord
hebt, je nog eens TWEE extra
bonuspunten kunt verdienen, door de bal
tussen de twee goalpalen te kicken,
waardoor je try ineens totaal
ZEVEN
punten op het scorebord kan
zetten.
Dit heet een
CONVERSIE.
De kick wordt genomen
op elke willekeurige afstand van de palen, maar op een plaats
parallel met de zijlijn en recht tegenover de plaats waar de try is
gedrukt.
afb. 11
Het is dus makkelijker
voor de kicker om een conversie te scoren als de bal vlak bij de goalpalen
is gedrukt, dan wanneer dit is gebeurt in de buurt van de zijlijn.
afb.12

De
kicker mag voor de conversie
gebruik maken van
een PLACE KICK of een
DROP
KICK. Bij een
place-kick staat
de bal op de grond
(meestal
geholpen door een
‘kicking-tee’) en bij een drop-kick,
moet de bal eerst op
de grond stuiteren voordat hij gekickt mag worden. Het team waartegen is
gescoord gaat tijdens de conversie met z’n allen achter de goalpalen staan.
Vervolgens volgt er na
de conversie een herstart van de wedstrijd door een ‘kick off’ (een
drop-kick) door het TEAM WAARTEGEN IS GESCOORD. Het is na de conversie voor
beide teams dus zaak snel naar 50 meterlijn (half way line) te gaan, zodat
je klaar bent voor die kick-off. De tijd loopt immers gewoon door.
Een andere manier om
te scoren is een PENALTY-KICK die tussen de palen door gekickt wordt. Dit is
DRIE punten waard. Dikwijls wordt een penalty ‘op de palen genomen’, als de
kicker van je team denkt die drie punten te kunnen scoren. Wederom mag deze
kick worden genomen met of een place-kick of een drop-kick, op de plaats
waar de scheidsrechter de penalty toekent (De MARK). Wat minder vaak komt
het voor dat gedurende het spel een DROP-GOAL wordt gescoord. Dit is een
drop-kick die willekeurig tijdens de wedstrijd en op elke plaats in het veld
mag worden genomen. Dit levert ook 3 punten op en het spel wordt weer
herstart. Het scoren van een drop-goal is echter verre van eenvoudig.
In
het geval dat een team zelf de bal drukt in het EIGEN goalgebied (beter
jijzelf dan de tegen-partij moet je maar denken), dan noemen we dat de bal
‘dooddrukken’. Er kunnen dan twee dingen gebeuren. Als jou team
verantwoordelijk was voor het over de try-lijn brengen van de bal, dan volgt
er een scrum op 5 meter afstand van de try-lijn, recht achter de plaats waar
de bal werd gedrukt. Het team van de tegenstander mag dan ingooien. Als de
bal over de try-lijn was gebracht door je tegenstander en hij wordt
‘doodgedrukt’ door jou team, dan volgt er een ‘22 meter DROP OUT’.
Een drop out betekent
dat jou team nu vanaf elke willekeurige plaats achter je eigen 22 meterlijn,
door middel van een drop-kick, de bal mag ‘nemen’.
Het team van de
tegenstander moet zich ONMIDDELIJK
terugtrekken naar de andere kant van de
‘22’.
Dit moet je niet
vergeten als je een drop-out tegen krijgt.
Probeer ook
achterwaarts terug te
lopen, zodat je steeds
je ogen op de
bal kunt houden.
afb.
13
Hoofdstuk 7 – Even
Pauze (ook voor jou!)
Voel je je al wat
beter?... je kunt je nu op dit punt, enigszins volgepompt voelen met
rugbyfeiten en regels, maar je raadt het al… er zijn er nog veel meer. Maak
je niet ongerust als er bepaalde feiten en begrippen verwarrend of zelfs
belachelijk overkomen. Op een gegeven dag gaat het lampje branden, het
muntje valt en je vindt jezelf een RUGBYSPELER.
HET RUGBYSPEL: rugby is een
ononderbroken, doorstromend spel met natuurlijk wat tragere en snellere
momenten, maar er zijn geen echte onderbrekingen behalve bij blessures.
Het heeft van tevoren
uitgestippelde-, maar ook veel spontane spelmomenten. Hoe sneller je het
spel kunt spelen en snel kunt beslissen, hoe meer kans je hebt op het scoren
van punten. Mensen (M/V) van alle soorten en maten kunnen het spel spelen.
Het spel eist een enige vorm van (gecontroleerde) agressie en fysiek- en
psychisch incasseringsvermogen.. FITNESS is een vereiste. Een paar
belangrijke steekwoorden in rugby zijn: BALBEZIT, VOORWAARTS GAAN en
SUPPORT. Verwarrend genoeg, moet je vaak een stapje terug doen en
achterwaarts passen om steeds een stap verder te komen. Het doel waar het
hele team naar moet streven is het behalen van de goallijn van de
tegenstander. Het is een TEAMSPORT. Met de collectieve inzet van 15 spelers
op het veld bereik je meer dan die van 15 individuele spelers.
Als iedereen op het
veld elkaar aanvoelt, is dat echt het COOL-STE gevoel van de wereld (of in
ieder geval de top 2 of 3).
De score, waaraan
iedereen aan heeft meegewerkt geeft de meeste voldoening !
-
-
Hoofdstuk 8 -
-
Wat Gebeurt er als
de Bal ‘In Touch’ gaat en Andere Verhalen.…
Als de bal over de
zijlijn wordt gekickt, gedragen of op wat voor manier dan ook over de
zijlijn gaat, is de bal ‘uit’ we noem dan ook wel ‘IN TOUCH’. De bal wordt
dan weer in het spel gebracht door middel van een LINE-OUT.

afb.
14.
Bij een line-out
worden twee rijen van voorwaartsen-spelers geformeerd, een van elk team,
tussen de 5 meterlijn en de 15 meterlijn vanaf de zijnlijn, haaks op de
zijlijn. Een speler van het team die NIET als laatste de bal heeft
aangeraakt voor deze ‘uit’ ging, mag de bal ingooien in de tunnel tussen de
twee rijen spelers. De ingooier kan zelf bepalen hoe ver de bal wordt
ingegooid, zolang dit maar minimaal 5 meter is en de bal RECHT in de tunnel
wordt ingegooid.
afb.15
Binnen de teams worden
er codes afgesproken om de ingooier (meestal de HOOKER) te laten weten waar
hij de bal moet ingooien. Sommige spelers in de line-out zijn aangewezen als
SPRINGERS (meestal de 2e, 4e of 6e speler).
De rest van de spelers, steunt en beschermd de springers en zorgen voor snel
‘baltransport’ naar de scrumhalf. Op wat voor manieren dit allemaal kan,
word je nog wel aangeleerd.
Gedurende de line-out
staan de driekwarten opgesteld , ongeveer net zoals bij een scrum
(zie ook afb. 14 en 15), met alleen één grote uitzondering. Bij een scrum
mogen zij (verdedigend) staan achter de achterste voeten van de laatste man
(M/V) in de scrum (meestal de No.8).
Bij een line-out
moeten de driekwarten (en elke andere speler die niet meedoet aan de
line-out) op een afstand van 10 METER staan, totdat de line-out over is.
(Niet stiekem dichterbij sluipen, want dan krijg je een PENALTY). De
ingooier (hooker) en de scrumhalf van de partij die niet ingooit staan zoals
aangegeven bij de afb. 14 en 15.
Er zijn diverse
varianten op de line-out, zoals een korte line-out en ook ‘snelle’ line-out,
maar voorlopig laten we het hier even bij.
OVERTREDINGEN
Laten we het nog even
hebben over
OVERTREDINGEN.
afb. 16
Voor lichte
overtredingen van de regels zal de scheidsrechter
een SCRUM toekennen.
Een voorwaartse pass
is zo’n overtreding.
De in ‘rugbyland’
bekende KNOCK ON is een andere. Bij een
knock-on valt de bal naar voren (al is het
maar een paar centimeter) of de bal
wordt met enig deel van het bovenlichaam
naar voren getikt of gestoten.
De scrum wordt
toegekend aan het team dat NIET in overtreding was. Zij gooien in. Een
scrum kan ook toegekend worden als de bal te lang in een ruck of maul blijft
en het niet waarschijnlijk is dat de bal er uit komt (naar oordeel van de
scheidrechter).
Je raadt het ook nu
weer: er zijn meerder situaties waarbij een scrum gegeven kan worden, maar…
later meer.
Op
enig moment is het zinvol om de signalen die een scheidrechter (REFEREE)
aangeeft te leren kennen. Hiermee geeft hij/zij aan welke overtreding
gemaakt is. Na het fluitsignaal wordt er door de referee meestal met de voet
een ‘MARK’ gemaakt en de arm schuin omhoog geheven in de richting van het
NIET in overtreding zijnde team.
Dit team mag de bal
inbrengen in de scrum. De hookers gaan klaar staan bij de ‘mark’ en de rest
van het pack sluit zich bij hen aan.
Scrum down; blauw bal. afb. 17.
Een FREE KICK wordt toegekend bij iets zwaardere
overtredingen, maar
lichter dan een penalty-kick.
Meestal is de oorzaak
een ‘technische’ overtreding, zoals
bijvoorbeeld een
hooker die zijn voet te vroeg naar voren
brengt bij het
’hooken’ van de bal in de scrum.
Het verschil met een
penalty-kick is, dat je niet op de
palen mag schieten en
geen eigen ingooi krijgt bij de
line-out indien voor
‘touch’ gekickt wordt. Weer wordt er
door de referee een
‘MARK’ gemaakt en de arm wordt
haaks omhoog geheven
in de richting van het NIET in
overtreding zijnde
team.
afb. 18.
Bij
een PENALTY KICK, zal de referee zijn arm gestrekt omhoog houden in
de richting van het NIET in overtreding zijnde team.
Een penalty-kick wordt
gegeven bij serieuze overtredingen, zoals hinderen van een
tegenstander (obstruction), offsides, handen
in
een ruck, gevaarlijk spel of een
ander
batterij aan
afb. 19
stoute zaken.
Een penalty-kick wordt
(doorgaans) gegeven op de
plaats van de
overtreding.
Weer wordt er door de
referee een ‘MARK’ gemaakt en de penalty moet op
die plaats of daarachter worden genomen.
Bij het nemen van de
penalty, moet de bal zichtbaar met de VOET genomen
worden. Dit kan alles zijn,
van wat we noemen de
‘short tap’ tot een verre ‘punt-kick’.
De tegenstanders
moeten zich terugtrekken tot op 10 METER van de penalty-MARK, dat levert je
weer wat voordeel op. Als je je teammaatjes dan wel eens hoort roepen :
"back 10" , komt dit omdat aan de tegenpartij een penalty is toegekend.
DENK ER WEL AAN ;
Blijf naar de bal kijken.
Nou we het er toch
over hebben… laten we maar meteen doorgaan met het grijze gebied binnen
rugby: het VOORDEEL. Binnen het rugbyspel hoeft een scheidsrechter niet
altijd een overtreding at te fluiten als blijkt dat het ‘in overtreding
zijnde team’ niet direct voordeel uit de overtreding kan halen en het NIET
in overtreding zijnde team misschien wel een voordeel hieruit kan halen.
Klink wellicht
verwarrend, maar ook hier een voorbeeld: een referee ziet een knock-on van
team A, maar wacht met fluiten om te kijken wie er voordeel heeft bij deze
overtreding. Als het NIET overtredende team (team B) bijvoorbeeld de bal kan
onderscheppen die naar voren kwam van de knock-on van team A en er weer
meters terreinwinst uit haalt, zal de overtreding waarschijnlijk nooit
worden afgefloten. “We spelen het voordeel”. De regels van VOORDEEL zorgen
voor een vloeiend spel, dat niet steeds stil staat.
Sla dit maar even op
in je geheugen, je zult het best al snel tegenkomen. Denk er in ieder geval
aan, ook al zie je een overtreding PLAY THE WHISTLE ofwel, ga door tot je de
fluit hoort.
Of de scheidrechter
heeft de overtreding niet gezien, of hij laat het voordeel spelen.
Nu we het onderwerp
SCHEIDRECHTER (referee) toch aansnijden, zullen we het eens over deze
persoon hebben.
Er staat maar één
scheidsrechter op het veld, da’s een heel belangrijk feit. Met 30 andere
mensen die om hem/haar heen dartelen, kan de ref., niet altijd alles zien.
Er zijn dan gewetenloze spelers die de zaak flessen, door eens proberen vals
te spelen.
Wij zijn als team
natuurlijk erg verbaasd dit te horen.
Omdat je nieuw bent in
het spel, is het raadzaam de regels te volgen.
Als de referee iets
zegt, is die BESLISSING GOUD !! Een eenmaal gemaakte beslissing zal door een
scheidsrechter NOOIT omgedraaid worden! Over een beslissing hoeft dus NIET
gediscussieerd te worden. Als je dat toch doet, kan je hiervoor weer een
straf worden opgelegd, bijvoorbeeld 10 meter extra ten laste van je team.
Als het toch nodig is een opmerking te maken tegen de ref., dan doe je dit
via de captain van je team. Verschillende referees hebben natuurlijk een
verschillende stijl. Een slimme speler leert te spelen aan de hand van de
ref. (play the ref). De beslissingen voor strafmaatregelen bij overtredingen
liggen geheel bij de referee, zeker wanneer het gaat om spelbederf, het zgn.
FOUL PLAY. Dit is weer zo’n grijs gebied.
Het is fundamenteel dat eerlijkheid (FAIR
PLAY) in het spel rugby regeert. Met zoveel mensen tegelijk op de pitch,
zouden er dingen kunnen gebeuren die niet zo prettig zijn en waarbij je
betrapt zou kunnen worden. NIET DOEN DUS… denk altijd aan FAIR PLAY !!
Dergelijk soort ongein heeft de neiging
te escaleren in een spel zo fysiek als rugby en het leidt ook enorm af. Als
er iets uit de hand dreigt te lopen, bespreek dat dan met je captain, die
het weer bij de scheidrechter kan aankaarten. Deze houdt de zaak in de
gaten.
Bij herhaaldelijke overtredingen of
foul-play kan een speler een gele kaart krijgen, waardoor deze 10 minuten
niet aan het spel mag deelnemen (SIN-BIN), waarmee het team natuurlijk erg
benadeeld wordt.
Nog ernstigere overtredingen, zoals het
opzettelijk proberen letsel toe te brengen worden bestraft met een rode
kaart, wat schorsing voor langere periode inhoudt, soms wel eens maanden of
langer.
Hoofdstuk 9 -- Last
but not Least, The Party
Als er één ding is dat rugby scheidt van
alle andere sporten die je ooit hebt gezien of gespeeld, dan is dat wat zich
afspeelt na de wedstrijd.Het begint al direct na de wedstrijd, waar we een
poortje vormen voor onze tegenstander, voor ze klappen en hun bedanken voor
de wedstrijd. Hetzelfde gebeurt met de scheidsrechter.
Na de wedstrijd leg je onenigheden bij,
frustraties verdwijnen en je bouwt samen nog een feestje. Soms groot, soms
klein.
Er heerst een geest van kameraadschap
onder rugbyspelers. We begrijpen elkaar, want laten we nou eerlijk zijn, het
is een vreemde sport, je krijgt er niet voor betaald, je reist wat af en als
dank voor de moeite krijg je ook nog kneuzingen en blauwe plekken.
Je moet een bepaalde PASSIE hebben voor
de sport en ondanks de rivaliteit is het een passie die je deelt met
iedereen die het speelt. Zo uniek en intens als de sport is, zo zijn ook
zijn beoefenaars. Mederugbyers ontmoeten door het hele land en daarbuiten is
een van de grootste verijkingen van het leven. Je zult ook zien dat je bij
andere clubs, waar ook ter wereld, altijd welkom bent.
Rugby betekent veel voor veel mensen. Er
is steeds weer wat te leren en grenzen worden verlegd. Hopelijk ga je net
zoveel van de sport houden als wij bij de R.F.C. Oisterwijk Oysters.
Bedankt voor het lezen. The End ! |